Naar inhoud springen

Jamaica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Zie Jamaica (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jamaica.
Jamaica
Kaart
Basisgegevens
Officiële taal Engels, Jamaicaans-Patois
Hoofdstad Kingston
Regerings­vorm Constitutionele monarchie met een parlementair systeem en een meerpartijenstelsel (democratie)
Staatshoofd koning Charles III
Patrick Allen (gouverneur-generaal)
Regerings­leider Andrew Holness
Religie protestant 61%
Oppervlakte 10.991 km²[1] (1,5% water)
Inwoners 2.697.983 (2011)[2]
2.808.570 (2020)[3] (255,5/km² (2020))
Overige
Volkslied Jamaica, Land We Love
Munteenheid Jamaicaanse dollar (JMD)
UTC −5
Nationale feestdag 1e maandag in augustus
Web | Code | Tel. .jm | JAM | 876
Voorgaande staten
Kolonie Jamaica Kolonie Jamaica1962 (onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk)
Portaal  Portaalpictogram  Landen & Volken

Het eiland Jamaica (Jamaicaans-Patois: Jumieka) is een land in het Caribisch gebied dat lid is van het Gemenebest van Naties met koning Charles III als staatshoofd. Het is een voormalige Britse kolonie, was in de 17e eeuw een tijd een vrijhaven voor piraten en werd later een belangrijke suikerproducent waarbij de economie afhankelijk was van slavernij.

Het eiland, dat door de Jamaicanen ook wel The Rock wordt genoemd, is de geboorteplaats van de Rastafaribeweging en de Reggaemuziek. Het ligt ten zuiden van Cuba en ten westen van het eiland Hispaniola. Dit eiland bestaat uit Haïti en de Dominicaanse Republiek.

Zie Geschiedenis van Jamaica voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het eiland werd rond 650 in bezit genomen door de Taínos en Arowakken uit Zuid-Amerika die het eiland Xaymaca noemden: Land van hout en water. Rond 1400 kwamen de Cariben, een kannibalistische stam uit Zuid-Amerika, het vredige bestaan van de Arawakken verstoren.

Spaanse kolonie

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1494 werd het eiland tijdens zijn tweede reis ontdekt door Christoffel Columbus. In 1509 kwamen de eerste Spaanse kolonisten. Men vond er geen goud en ook de Spaanse kolonisatie was geen groot succes. Al in 1512 trok een eerste groep kolonisten naar de de welvarender kolonie Cuba. In de Spaanse tijd woonden er niet meer dan ongeveer tweeduizend mensen op het eiland, waarvan de helft Spanjaarden. Deze beoefenden wat landbouw en veeteelt om Spaanse schepen te bevoorraden en voor export naar Cuba. De Arawakken werden uitgeroeid door een combinatie van besmettelijke ziektes, slavernij en oorlog. Vanaf 1517 liet men Afrikaanse slaven komen. De Spanjaarden stichten verschillende nederzettingen langs de kust, waarvan Sevilla la Nueva aan de noordkust en de hoofdplaats Villa de la Vega (het latere Spanish Town) in het zuiden de belangrijkste waren. In 1537 creëerde keizer Karel V het markizaat Jamaica ten behoeve van de nazaten van Christoffel Columbus.

Britse kolonie

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Kolonie Jamaica voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als onderdeel van een plan (The Western Design) om de Spaanse macht en handelsmonopolies in te perken, stuurde de toenmalige dictatoriale heerser van Engeland, Oliver Cromwell, een expeditiemacht op pad om de Spaanse kolonie Santo Domingo (Hispaniola) te veroveren. In de haven van de hoofdstad Santo Domingo leden de Britten een pijnlijke nederlaag en ze besloten dan maar een ander gebied op de Spanjaarden te veroveren. Daarbij viel de keus op het naburige, zwak verdedigde eiland Jamaica dat in 1655 door de Britten werd ingenomen. De meeste van de slechts tweeduizend Spanjaarden die er woonden vluchtten naar Cuba. Ze lieten hierbij hun slaven achter met het oog op hun hulp bij een eventuele herovering van het eiland. Deze slaven trokken echter het binnenland in en bouwden daar een nieuw bestaan op. Ze staan bekend als de marrons en ze zouden nog lang guerrilla-aanvallen op de Engelsen uitvoeren. Jamaica zou zo de eerste Britse kolonie in staatshanden worden. Eerdere Engelse koloniën in de Caraïben en in Noord-Amerika waren in private handen.

Henry Morgan werkte als boekanier vanuit Port Royal. Hij zou later luitenant-gouverneur van de Kolonie Jamaica worden.
Zie Piraterij in de Caraïben voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De kolonie bleek economisch weinig rendabel. Engeland was doorlopend in oorlog met Spanje en men was bang dat Jamaica gemakkelijk weer terugveroverd kon worden. De Britse vloot stelde toen niet veel voor en de Britten verwelkomden daarom de komst van de boekaniers. Deze zeerovers en avonturiers maakten van de havenstad Port Royal een vrijhaven voor kapers, een uitvalsbasis om vandaar Spaanse schepen en steden te plunderen. Deze kapers kregen een kaperbrief, wat inhield dat ze hun gang mochten gaan mits ze een groot deel van de buit afstonden aan de koloniale regering. Port Royal werd de plek waar de kapers hun geld verbrasten en waar alles gebeurde wat God verboden had. De piraat Henry Morgan zou zelfs ondergouverneur van Jamaica worden en tegen de Marron strijden. Na de aardbeving op 7 juni 1692 waarbij de stad grotendeels in zee zonk, nam het belang van de piraterij af. Vanaf 1687 was de suikerteelt veel belangrijker geworden en in 1713 werd met de Vrede van Utrecht de piraterij verboden. Vanaf dat moment was de stad een plek waar piraten werden vervolgd.

Spanish Town was sinds de Spaanse tijd de hoofdstad. Na de aardbeving in Port Royal werd aan de overzijde van de baai de nieuwe stad Kingston gebouwd die sinds 1872 de hoofdstad is.

Suikerplantages

[bewerken | brontekst bewerken]

Onder Brits bestuur groeide Jamaica uit tot een belangrijk wingewest. Er kwamen veel suikerrietplantages, waar grote aantallen slaven uit West-Afrika tewerk werden gesteld. De Engelse eigenaren behoorden tot de rijkste mensen van het Britse Rijk. De Great Houses (landhuizen) op de plantages herinneren aan die tijd. Een kleine groep blanke plantage-eigenaren bestuurden samen met de gouverneur het eiland. Dit werd de Plantocratie genoemd. Veel kolonisten stierven aan tropische ziekten als gele koorts en malaria. Het doel van veel planters (plantage-eigenaren) was daarom te leven van de inkomsten in het koelere Engeland en de plantages in het tropische Jamaica te laten besturen door jonge familieleden en opzichters.

Slavernij en opstanden

[bewerken | brontekst bewerken]
Aanval van Marrons op een plantage in 1795

Op het eiland zijn diverse slavenopstanden geweest. Van de plantages gevluchte slaven zochten vaak hun toevlucht bij de Marrons in het binnenland. Van daaruit voerden ze aanvallen uit op plantages. Dit leidde tot diverse strafexpedities van het koloniale leger. De eerste oorlog met de Marrons begon in 1728 en duurde meer dan tien jaar, tot de Engelsen in 1739 een verdrag met hen sloten. Ze kregen zelfbestuur in de binnenlanden. Als tegenprestatie moesten ze helpen nieuwe opstanden te onderdrukken en gevluchte slaven opsporen.

Geïnspireerd door de ontwikkelingen in de naburige Franse kolonie Saint-Domingue (het huidige Haïti) ontstond er in 1795 een opstand in het noorden en raakten de Marrons opnieuw in oorlog met de Engelsen. Discussie over de slavernij in Engeland leidde in 1808 tot een wet die de handel in Afrikaanse slaven verbood, maar niet de slavernij zelf afschafte. Deze berichten bereikten ook Jamaica en leidden tot diverse slavenopstanden. Met kerstmis 1831 vond een massale slavenopstand over het gehele eiland, de Christmas Rebellion, plaats. Deze opstand zou leiden tot het aannemen van de Emancipation Act, die de slaven per 1 januari 1834 hun vrijheid schonk. Veel voormalige slaven verlieten de plantages en vestigden zich in het binnenland als kleine boeren. Een vreedzame protest over de behandeling van de voormalige slaven leidde in 1865 tot een opstand in Morant Bay, geleid door George William Gordon en Paul Bogle. Deze werd hardhandig onderdrukt en de leiders werden ter dood veroordeeld, wat zorgde voor veel ophef in Engeland. De opstand in Morant Bay bleek een keerpunt in de geschiedenis van Jamaica en het doel van Bogle, de strijd voor politieke en economische vooruitgang.

Burgerrechten en zelfbestuur

[bewerken | brontekst bewerken]
Marcus Garvey, pionier van de burgerrechtenbeweging in Jamaica en de Verenigde Staten

In de twintigste eeuw kwam de strijd voor burgerrechten op gang onder de zwarte bevolking, geïnspireerd door o.a. Marcus Garvey die in de Verenigde Staten de "Úniversal Negro Improvement Association" had opgericht en in 1927 door de VS werd gedeporteerd naar zijn geboorteland Jamaica. In de jaren dertig van de twintigste eeuw ontstond ook de Rastafari beweging, een levensbeschouwing die de Jamaicaanse identiteit koppelde aan de Afrikaanse wortels.

In 1944 kreeg Jamaica volledig zelfbestuur en algemeen kiesrecht. Vanaf 1958 maakte Jamaica deel uit van de West-Indische Federatie, die bestond uit alle door de Britten bestuurde eilanden in het Caraïbisch gebied. Binnen deze federatie waren er tegenstellingen tussen de verschillende eilanden en met het uittreden van Jamaica in 1962 viel de federatie uiteen. Op 6 augustus 1962 werd Jamaica een onafhankelijk land.

Door het noorden van het eiland loopt de oost-west Enriquillo-Plantain Garden-breuk. Ongeveer twee derde van het eiland, met name het westen en midden, wordt gedomineerd door een bergketen die grotendeels bestaat uit kalksteenformaties. Deze bergen bereiken een hoogte van max. 900 meter. Aan de noordzijde lopen de hellingen vrij steil af richting kust. Onder zeeniveau zetten deze steile hellingen zich voort tot op grote diepte tot aan de Caymantrog. In de bergen zijn fraaie tropische karstverschijnselen gevormd. Kenmerkend zijn de grote aantallen ronde geïsoleerde restheuvels, met diverse gangen, spleten en holtes en onderaardse waterlopen. Een goed voorbeeld is de Cockpit Country. Vanuit de lucht ziet dit gebied eruit als een grote, groen begroeide eierdoos. Aan de zuidzijde loopt deze bergrug geleidelijk af naar de kust. Hier vindt men laagvlaktes, moerassen en brede zandstranden.

Het oostelijk deel, met de Blue Mountains, is onderdeel van een bergketen die zich vanaf Hispaniola via Jamaica tot in Cuba uitstrekt. Delen van deze keten bevinden zich nu onder zeeniveau. De top van de Blue Mountains is de Blue Mountain Peak en ligt boven de 2200 meter. Dit gebergte heeft een veel complexere ontstaanswijze en bestaat uit diverse hardere gesteenteformaties. In het noorden van centraal Jamaica liggen de Dry Harbour Mountains. In het het zuiden, bij Kingston en Spanish Town, bevinden zich uitgestrekte kustvlaktes die bestaan uit mariene terrassen.

De Blue Mountains. Het grootste berggebied op het eiland dat tevens de hoogste top, de Blue Mountain Peak, omvat.
Oppervlakte
  • Totaal: 10.991 km²
  • Land: 10.826 km²
  • Water: 165 km²
Landgrenzen
0 km
Kustlijn
1022 km
Uitersten
Natuurlijke rijkdommen
Bauxiet, gips, kalksteen, suikerriet, bananen, cacaobonen, koffiebonen en kokosnoten

Jamaica heeft een vochtig en heet tropisch klimaat met een gemiddelde dagtemperatuur van 25°C tot 28°C. in het bergachtige binnenland zijn de temperaturen enkele graden lager. Op de toppen van de Blue Mountains komt de temperatuur onder de 20°C. De wintermaanden zijn wat koeler en kennen meer neerslag dan de zomermaanden. De gemiddelde neerslag op Jamaica is circa 1800 mm per jaar. Er is echter een grote regionale variatie in de neerslag. In berggebieden als de Blue Mountains of de Cockpit Country in het westen van Jamaica kan 4000 tot 5000 mm neerslag per jaar vallen. De kustvlaktes in het zuiden van het eiland kennen daarentegen een warm en droog klimaat met vaak minder dan 1000 mm neerslag per jaar. Ook de lengte van het droge zomerseizoen varieert van minder dan 1 maand in de Blue Mountains en de noordoostkust tot meer dan 6 maanden langs de zuidkust.

Jamaica ligt in een gebied waar zich in zomer en najaar tropische cyclonen (orkanen) kunnen ontwikkelen boven het warme zeewater van de Atlantische Oceaan en de Caraïbische Zee. Zware orkanen die Jamaica hebben getroffen en veel schade hebben aangericht zijn o.a. Charlie (1951), Gilbert (1988), Ivan (2004), Dean (2007), Gustav (2008) en Melissa (2025). Melissa was de zwaarste orkaan in de recente geschiedenis die Jamaica heeft getroffen. Tot 2025 waren Gilbert en Charlie de zwaarste cyclonen ooit gemeten op Jamaica.

Een mannelijke wimpelstaartkolibrie. Deze soort komt alleen op Jamaica voor.

De flora van Jamaica telt ongeveer 3000 soorten planten waarvan ongeveer 1000 soorten alleen op Jamaica voorkomen. Kenmerkend zijn de soorten Orchis zoals de Brassavola; de soort Brassavola subulifolia komt alleen op Jamaica voor. Roystonea princeps is een soort koningspalm endemisch voor Jamaica. Het drogere zuiden van Jamaica is waar soorten van de cactusfamilie groeien zoals Melocactus (Melocactus caroli-linnaei) en Opuntia. De schijfcactus soort Opuntia jamaicensis is naar Jamaica genoemd.

Een aantal waardevolle gebieden, zowel op land als in zee (koraalriffen) zijn in Jamaica als nationaal park aangewezen:[4]

  • Negril Marine Park
  • Black River Morass
  • Royal Palm Reserve
  • Dolphin Head Reserve
  • Ocho Rios Marine Park
  • Cockpit Country Reserve
  • Port Antonio Marine Park
  • Montego Bay Marine Park
  • Palisadoes-Port Royal Protected Area
  • Portland Bight Protected Area
  • Blue & John Crow Mountains National Park
Bob Marley die bekend stond als The King of Reggae was ook een belangrijk voorvechter van het rastageloof.

De Rastafari is een levensbeschouwing die in de jaren dertig op Jamaica ontstond. Ook al kent deze geen officiële doctrine het is wel een belangrijk onderdeel van de identiteit van een aanzienlijk deel van de bevolking. Omdat het land verschillende bevolkingsgroepen kent heeft het als motto: "Out of Many, One People."

Jamaica heeft een belangrijke invloed gehad op de muziek in de westerse wereld. In de 19e eeuw ontstond de mentomuziek. Deze volksmuziek zou later aan de wieg staan van nieuwe muziekgenre's. Zo ontstond in de jaren vijftig ska, daarop volgend rocksteady en daaruit volgend reggae. Met name Bob Marley heeft ervoor gezorgd dat reggae ook buiten Jamaica populair werd. Sinds 2008 is dit muziekgenre door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed. Later zouden hier weer de genre's dub, dancehall en ragga uit voortkomen. Deze muziekstijlen zijn niet alleen in het westen doorgebroken maar hebben ook hun invloed gehad op de popmuziek. Toasten is een voorloper van het rappen die op het eiland is ontstaan en die later in de Verenigde Staten populair werd. Andere genre's die een grote rol spelen zijn jazz en calypso. Naast Bob Marley is Sean Paul ook een Jamaicaanse zanger met grote bekendheid in het buitenland.

Jamaica heeft een aantal bekende schrijvers voortgebracht, zoals Linton Kwesi Johnson, Erna Brodber, Claudia Rankine, Louise Bennett-Coverley, H. G. de Lisser, Roger Mais, Claude McKay en Marlon James. In de jaren vijftig bracht de Britse schrijver Ian Fleming regelmatig tijd door in zijn Jamaicaanse Goldeneye Estate om de James Bondboeken te schrijven. enkele van deze verhalen spelen zich dan ook af op het eiland en de films Dr. No en Live and Let Die werden deels op het eiland opgenomen.

De speciale manier om Jerk chicken klaar te maken.

Jerk is een manier van koken, waarbij een speciale kruidenmix (Jamaican jerk spice) op het vlees worden gewreven en dit vervolgens wordt gestoofd in een provisorische oven. Het gerecht vindt haar oorsprong bij de Marrons. Een van de duurste koffiesoorten ter wereld is de Jamaica Blue Mountain koffie. Een bekend biermerk is Red Stripe.

Bezienswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]

Jamaica is bekend om haar witte stranden. Daarnaast is de waterval Dunn's River Falls een belangrijke toeristische attractie. Deze waterval verandert door een geologisch proces langzaam van vorm.

De wijk Trenchtown in de hoofdstad is een bezienswaardigheid als geboorteplaats van de rocksteady en raggaemuziek en hier is ook het Bob Marley Museum te vinden.

Uit de koloniale tijd zijn de nodige plantagehuizen bewaard gebleven. Deze worden Great Houses genoemd en een deel is gebouwd in georgiaanse stijl. Bekende voorbeelden zijn Rose Hall en Good Hope Estate. Net buiten Kingston staat Devon House, een villa in georgiaanse stijl. Dit is geen plantagehuis maar was het huis van George Stiebel, een zakenman en de eerste zwarte miljonair van Jamaica.

Jamaica doet het goed op het gebied van atletiek, sprinten en cricket. Een bekende sprinter is Usain Bolt die meerdere records heeft gevestigd.

In 1988 deed het land voor het eerst mee aan de Olympische Winterspelen, met een bobsleeteam, wat destijds opmerkelijk werd gevonden voor een land waar het nooit sneeuwt.

Omdat de bevolking uit verschillende groepen bestaat heeft het land als motto Out of many one people.

De meerderheid van de Jamaicaanse bevolking heeft Afrikaanse voorouders. De minderheid is van Britse, Indiase of Chinese afkomst. De Indiase Jamaicanen en Chinese Jamaicanen werden door de Britten aangetrokken als contractarbeiders die de Afrikanen moest vervangen, nadat de slavernij was afgeschaft. Van de oorspronkelijke bevolking, de Yamaye is nog slechts een kleine groep over, die geschat wordt op een paar duizend.

Jamaica kent zo'n 2,7 miljoen inwoners. Er wonen echter ongeveer nog net zoveel Jamaicanen buiten Jamaica. Dit wordt de Jamaicaanse diaspora genoemd. Het grootste deel van hen woont in de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk.

Devon House in de hoofdstad Kingston, gebouwd in 1881, was het huis van George Stiebel Jamaica’s eerste zwarte miljonair.
Koloniale architectuur in Spanish Town. Hier het stadhuis dat ooit het parlementsgebouw was.

De belangrijkste steden zijn:

De officiële taal van Jamaica is Engels. De meerderheid van de bevolking spreekt echter het Jamaicaanse Patois, een Creoolse taal. Het Patois is ontstaan doordat mensen vanuit verschillende delen van de wereld met uiteenlopende moedertalen met elkaar moesten kunnen communiceren. Een gesimplificeerd Engels vormde de basis. Verder herbergt het Patois woorden en zinsbouw uit verschillende Afrikaanse talen, waaronder het Akan en Yoruba, uit andere Europese talen (Spaans en Portugees) en uit Aziatische talen (Hindi en Hakka).[5] Dit ontwikkelde zich zo geleidelijk tot een taal, met eigen grammaticale regels, die voor de meeste Jamaicanen de dagelijks gebruikte taal is. Het Brits-Engels of het "Queen's English" wordt vooral gebruikt in meer officiële situaties, in onderwijs, bestuur en zakenwereld.

Circa 65,3% van de Jamaicaanse bevolking is christelijk. Hiervan behoort het grootste gedeelte tot de Anglicaanse kerk. Daarnaast kent het eiland veel protestantse kerkgenootschappen en evangelische bewegingen. Het geloof wordt op Jamaica op een zeer intense, maar in het dagelijks leven vaak bijzonder vrijzinnige, wijze beleefd. De grootste niet-christelijke religie is de rastafaribeweging. Ook andere religies zoals bahai, boeddhisme en islam hebben op het eiland volgelingen.

Staatsvorm en bestuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Het eiland Jamaica is een Constitutioneel Koninkrijk sinds de onafhankelijkheid van 1962 en heeft een parlementaire democratie met een direct gekozen minister-president. De Britse Koningin Elizabeth II werd automatisch gekroond tot 'Koningin van Jamaica' toen het land onafhankelijk en soeverein werd van het Verenigd Koninkrijk. Het land werd een zogenaamd Commonwealth realm. De huidige koning van Jamaica is Charles III. Op Jamaica worden alle constitutionele en ceremoniële taken die door het staatshoofd worden uitgevoerd gedaan door de Gouverneur-generaal van Jamaica in afwezigheid van het staatshoofd. De taken betreffen het aanstellen, schorsen en ontslaan van ministers, het benoemen van parlementsleden, aanstellen minister-president en enkele ceremoniële functies in het Jamaicaanse leger. Het staatshoofd of diens vervanger heeft als individu officieel geen recht van spreken in de overheidszaken. De koning en de andere leden van de koninklijke familie zijn geen burgers van Jamaica, maar hebben alleen een relatie met de Natie. Op lokaal niveau is Jamaica bestuurlijk onderverdeeld in veertien parishes met een algemeen en dagelijks bestuur dat elke vier jaar gekozen wordt.

Infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]
Kaart van Jamaica met daarop de belangrijkste steden, wegen en de 14 parishes.

De infrastructuur van Jamaica bestaat uit wegen, spoorlijnen en luchthavens. Het vervoer over de weg is veruit de belangrijkste vorm van transport op het eiland.

Het Jamaicaanse wegennet is circa 21.000 km lang, waarvan ongeveer 15.000 km is verhard.[6] De hoofdwegen die de belangrijkste steden verbinden, zijn natuurlijk geasfalteerd. De wegen die afgelegen dorpen verbinden of de wegen in de bergen zijn (nog) niet verhard. Over het algemeen zijn alle wegen in een hele goede staat. De Jamaicaanse overheid werkt, samen met private partijen, sinds het einde van de jaren negentig van de twintigste eeuw aan diverse projecten ter verbetering van de infrastructuur. Het meest in het oog springende project is Highway 2000, dat tot doel heeft om autosnelwegen aan te leggen tussen de belangrijkste steden op het eiland. De eerste 33 kilometer van Kingston tot Old Harbour is in gebruik gekomen tussen 2003 en 2005.[7]

Zie Spoorwegen in Jamaica voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De spoorwegen in Jamaica behoren tot de oudste spoorlijnen buiten Europa en Noord-Amerika. Van het nog aanwezige net van 272 km wordt nog slechts 57 km gebruikt, voor bauxiet transport. Het personenverkeer is sinds 1992 geheel stilgelegd nadat de Jamaicaanse overheid besloot de Jamaica Railway Corporation (JRC) niet langer te subsidiëren. Van juli 2011 tot augustus 2012 hebben op een aantal lijnen weer personentreinen gereden. De JRC leed hierop verliezen en heeft zich weer geheel toegelegd op het transport van bauxiet.

Jamaica heeft twee internationale vliegvelden waar grote toestellen kunnen landen: Norman Manley International Airport in Kingston en Sangster International Airport in Montego Bay. Beide luchthavens dienen als thuisbasis voor de nationale luchtvaartmaatschappij Air Jamaica. Daarnaast zijn er een aantal kleine luchthavens die alleen voor binnenlands vluchten worden gebruikt: Tinson Pen in Kingston, Ken Jones Aerodrome in Port Antonio, Ian Fleming International Airport in Ocho Ríos en Negril Aerodrome. Verschillende kleine plattelandscentra hebben in de omgeving kleine vliegveldjes op suikerplantages en bij bauxietmijnen.

Havens en scheepvaart

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanwege de ligging in de Caribische Zee op de scheepvaartroute naar het Panamakanaal en de nabijheid van grote afzetmarkten in zowel Noord- als Zuid-Amerika, kent Jamaica veel containervervoer. Zowel in Kingston als in Montego Bay bevinden zich containerterminals.

Andere belangrijke havens zijn de oliehaven Port Esquivel in St. Catherine en de bauxiethavens Rocky Point in Clarendon, Port Kaiser in St. Elizabeth, Port Rhoades bij Discovery Bay en de Reynolds Pier in Ocho Rios. De haven in Port Antonio, vroeger een van de belangrijkste in de wereld voor de bananenexport, wordt nu vooral door toeristen wordt gebruikt.

Voor cruiseschepen zijn er terminals in Montego Bay, Falmouth, Ocho Rios en Port Royal.

Daarnaast zijn er veel kleine havens langs de kusten van geheel Jamaica.

Geboren in Jamaica

[bewerken | brontekst bewerken]
Usain Bolt
Grace Jones
Merlene Ottey
Bob Marley
Peter Straker
Zie de categorie Jamaica van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.